Addendum Beoordelingskader Forensische Pathologie v.2.1

Per 1 januari 2019 treedt de volgende aanvulling op het Beoordelingskader Forensische Pathologie in werking. Collegial review (ook wel schaduwen genoemd) in het deskundigheidsgebied forensische pathologie moet ten minste door een deskundige uit hetzelfde deskundigheidsgebied worden verricht, zijnde een forensisch patholoog. Wanneer hiervan wordt afgeweken, dient de rapporteur dit schriftelijk in zijn rapport toe te lichten.

Het NRGD is gebleken dat rapporten regelmatig niet door een andere forensisch patholoog, maar een forensisch arts waren gereviewed. Bij collegial review gaat het om ‘colleagues specialised in the same subject area’. Een forensisch arts heeft een ander deskundigheidsgebied dan een forensisch patholoog. Het College heeft het, gelet op de huidige praktijk in Nederland, wenselijk gevonden het beleid op dit punt aan te scherpen.

Het uitgangspunt blijft dat collegial review door een deskundige uit hetzelfde deskundigheidsgebied moet worden verricht, in dit geval een forensisch patholoog. Heeft de aanvrager gebruik moeten maken van de expertise van een forensisch arts, niet zijnde een forensisch patholoog, dan hanteert het College het comply or explain-principe. De aanvrager zal in de rapporten die na 1 januari 2019 worden opgesteld, uitleg moeten geven waarom van de hoofdregel is afgeweken. Daarbij moet de rapporteur ingaan op de volgende aspecten:

  • Waarom het rapport niet kon worden gereviewed door een forensisch patholoog.
  • Wat de specifieke expertise is van degene die wel de collegial review heeft verricht.

De Lijst van Zaaksinformatie Forensische Pathologie is in lijn hiermee aangepast. Rapporteurs die een aanvraag indienen op basis rapporten van voor 1 januari 2019 kunnen verwachten dat zij door de toetsingsadviescommissie om uitleg worden gevraagd over de wijze waarop de collegial review heeft plaatsgevonden.