Consultatie FPPO

Het NRGD is op dit moment bezig met de normering van het deskundigheidsgebied Rechtspsychologie (Psychology and Law). Bij de omlijning van dit gebied rees de vraag naar de grenzen tussen Rechtspsychologie en het reeds genormeerde deskundigheidsgebied Forensische Psychiatrie, Psychologie en Orthopedagogiek (FPPO).

Voor zowel rapporteurs als gebruikers van het register is het van belang zo duidelijk mogelijk de grenzen aan te geven, zodat helder is voor welke vragen/activiteiten een deskundige uit het ene of het andere gebied kan worden ingezet.

Expertmeeting

Op 10 mei 2016 heeft het NRGD daarom een expertmeeting georganiseerd met vertegenwoordigers vanuit beide deskundigheidsgebieden, te weten:

FPPO

  • Dhr. E. Masthoff (psychiater, directeur zorg en behandeling PI Vught en toetser bij het NRGD voor het deskundigheidsgebied FPPO);
  • Dhr. C. Salet (GZ-psycholoog/procesbegeleider Pieter Baan centrum en toetser bij het NRGD voor het deskundigheidsgebied FPPO);
  • Dhr. R-J. Verkes (psychiater, hoogleraar forensische psychologie aan de Radboud UMC);
  • Mw. A. Weenink (GZ-psycholoog en toetser bij het NRGD voor het deskundigheidsgebied FPPO).

Rechtspsychologie

  • Dhr. H. Merckelbach (hoogleraar Rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht, lid van de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken en lid van de normstellingsadviescommissie NRGD voor het deskundigheidsgebied Rechtspsychologie);
  • Dhr. E. Rassin (hoogleraar Rechtspsychologie aan de Erasmus Universiteit en lid van de normstellingsadviescommissie NRGD voor het deskundigheidsgebied Rechtspsychologie;
  • Mw. J. van der Sleen (rechtspsycholoog, eigenaar Kinterview en lid van de normstellingsadviescommissie NRGD voor het deskundigheidsgebied Rechtspsychologie);
  • Mw. A. Vredeveldt (rechtspsycholoog, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lid van de normstellingsadviescommissie NRGD voor het deskundigheidsgebied Rechtspsychologie).

Consultatieronde
In de expertmeeting zijn de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen beide deskundigheidsgebieden besproken. Deze leggen wij ter consultatie aan u voor.
Let op: deze consultatie betreft alleen het gedeelte over de grenzen van het deskundigheidsgebied Rechtspsychologie ten opzichte van het deskundigheidsgebied FPPO. Het betreft nog niet de normering voor het gehele deskundigheidsgebied Rechtspsychologie. Het NRGD streeft ernaar het conceptadvies voor normering van het gehele deskundigheidsgebied Rechtspsychologie voor het eind van het jaar te kunnen consulteren.
Vanuit de expertmeeting zijn de volgende verschillen tussen beide deskundigheidsgebieden naar voren gekomen:

  • De vraagstellingen en het doel van de twee deskundigheidsgebieden zijn verschillend. FPPO houdt zich bezig met de vraag naar de psychopathologie van een onderzochte en de doorwerking van een stoornis of gebrekkige ontwikkeling op het ten laste gelegde delict. De Rechtspsychologie houdt zich bezig met waarheidsvinding in de zin van de vraag naar de betrouwbaarheid van de voorliggende bewijsstukken, zoals de verklaringen van een verdachte, getuige of slachtoffer. De Rechtspsychologie houdt zich tevens bezig met de validiteit van bijvoorbeeld line-ups, de kwaliteit van ooggetuigenverklaringen, verhoren van kinderen, het risico op valse bekentenissen en suggestibiliteit van verdachten.
  • De wetenschappelijke insteek van waaruit het onderzoek binnen beide deskundigheidsgebieden wordt gedaan verschilt. Bij FPPO is dat het diagnostisch onderzoek naar de psychopathologie, bij Rechtspsychologie wordt vooral vanuit de experimentele en cognitieve psychologie, functieleer en besliskunde gekeken.

Naast deze verschillen ziet de expertmeeting ook raakvlakken tussen beide deskundigheidsgebieden. Het gaat dan vooral om het feit dat de persoon van de onderzochte – het onderzoeksterrein van de FPPO-deskundige – van invloed kan zijn op de voorliggende bewijsstukken – het onderzoeksterrein van de Rechtspsychologie-deskundige. Bijvoorbeeld daar waar een stoornis, zoals schizofrenie, mogelijk van invloed is op de verklaringen van de verdachte. Beide deskundigheidsgebieden maken ook gebruik van literatuur, methoden en instrumenten die in het andere gebied ontwikkeld zijn.
De vraag die door de deskundigen binnen beide gebieden beantwoord wordt, blijft wel een andere. Kort gezegd richt de FPPO-deskundige zich op de vraag of een stoornis of gebrekkige ontwikkeling aanwezig is en wat daarvan de doorwerking is op het ten laste gelegde delict en richt de Rechtspsycholoog zich op de betrouwbaarheid van bewijsmiddelen, voornamelijk van afgegeven verklaringen.
Voorts is besproken op de expertmeeting dat doorgaans het FPPO-onderzoek eerder in de tijd zal zijn uitgevoerd dan het rechtspsychologisch onderzoek. Gezien de raakvlakken tussen beide gebieden zoals hierboven omschreven, zou het wellicht goed zijn om, eerder dan nu volgens de expertmeeting gebeurt, een deskundige vanuit het andere gebied in te schakelen. Bijvoorbeeld bij vragen over het geheugen en al dan niet geveinsde amnesie* of wanneer verhoren zeer langdurig zijn geweest.

Uw input
Het NRGD ontvangt graag uw mening over bovenstaande beschrijving van de verschillen en raakvlakken tussen beide deskundigheidsgebieden. Is hiermee voor zowel rapporteurs als gebruikers van het register voldoende helder omschreven wat de verschillen zijn en welke onderzoeksvragen beantwoord worden door respectievelijk de FPPO-deskundigen en Rechtspsychologie-deskundigen?
Gelieve uw input vóór 1 september 2016 te sturen aan deskundigenregister@nrgd.nl.

Alle input die het Bureau NRGD ontvangt, wordt geanonimiseerd meegenomen in het advies over de normering van het deskundigheidsgebied Rechtspsychologie aan het College, tenzij u aangeeft dat uw naam daarbij vermeld moet worden.

* Bijvoorbeeld in gevallen waarin de verdachte geheugenverlies voor het ten laste gelegde zegt te hebben, kan het dienstig zijn om de expertise van een rechtspsycholoog in te roepen, omdat het geheugen een belangrijk en veel bestudeerd thema is binnen de rechtspsychologie. Op grond van die expertise, die ook testpsychologisch onderzoek kan omvatten, zal de forensisch psychiater/psycholoog wellicht een beter oordeel kunnen vellen over de vraag of het beweerde geheugenverlies de manifestatie is van onderliggende psychopathologie, dan wel andere oorzaken (veinzen, hersenletsel, intoxicatie, aandachtsvernauwing) heeft.