Interview met mr. drs. Eric Bakker, voorzitter NRGD

Interview met mr. drs. Eric Bakker, voorzitter NRGD

‘Mijn werk als voorzitter van het NRGD heeft alles te maken met mijn werk als rechter. Ik wil kunnen vertrouwen op de deskundigheid van deskundigen’.

Sporen op een kussen: is de sloop gewisseld, of is er sprake van een misdrijf? Op het Lowlands festival doopten mensen hun handen in de verf en stopten een kussen in een sloop. Andere vrijwilligers smoorden een pop. De Hogeschool Amsterdam onderzocht de verfsporen. Kun je zeggen: dit lijkt op huishoudelijk werk en daar zien we toch iets anders? Is dat kussen gebruikt als moordwapen?’

Aan het woord is mr. drs. Eric Bakker. De senior raadsheer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is per 1 juli 2016 benoemd tot voorzitter van het NRGD. Tijd voor een gesprek over zijn eerste maanden als voorzitter en de rol van het NRGD.

En: kunnen we het verschil zien tussen moord en een bed verschonen?

‘De wetenschap is bezig om te zien of ze dit kan leveren. Ik weet niet hoe ver ze nu zijn. Om dat te verkennen, praat het NRGD met experts over wat er kan en wat niet. Zijn er voldoende deskundigen? Kunnen we een norm opstellen? En dan kijken wij of er al een standaard is, of dat wij die moeten maken. Daar hebben we veel ervaring in opgebouwd.’

‘De eerste jaren na 2010 hebben we veel werk gestoken in de ontwikkeling van het register met deskundigen. Zoeken naar mensen die kunnen toetsen. Het normeren zelf. Het opstellen van normen. We boekten snel resultaat door te starten met Forensische Psychiatrie, Psychologie en Orthopedagogiek (FPPO). Door dat gebied te nemen, heb je honderden deskundigen die langs diezelfde meetlat worden gelegd. Er is veel vraag naar FPPO-deskundigheid, dus wil je zo’n register ook snel vullen. Er zitten nu 557 geregistreerde deskundigen in het register, en er zijn in het afgelopen jaar nog 12% van de aanvragen afgewezen.’

‘We hebben inmiddels veel ervaring. Die willen we ook voor andere dingen gebruiken. Het NRGD houdt de ‘R’ van registratie hoog, maar we hebben meer te bieden. We willen groeien als een forum voor professionele ontmoetingen. We houden in 2017 themabijeenkomsten waar deskundigen en aanvragers elkaar ontmoeten en willen forensische wetenschap en recht samenbrengen. Het liefst zou ik zien dat het NRGD uitgroeit tot een instrument voor de hele rechtspraak. Maar we strijden niet voor eigen eer: we hebben nauw contact met OM, ZM, advocatuur en politie en vragen wat ze nodig hebben. We werken vraaggericht. Stel dat de politie zegt: ‘we hebben een wapen en we hebben DNA, maar willen graag schotresten onderzoeken om beide te kunnen koppelen’, dan is dat voor ons reden te kijken wat we kunnen doen.’

Is een certificering altijd onomstreden?

‘Een keurmerk is nooit waterdicht, maar certificering werkt en is bepaald geen automatisme. Dat is ook wel gebleken in de begintijd. Bij de eerste registratie hebben we 20% afgewezen. En nu we met de eerste herregistraties bezig zijn, valt alsnog zo’n tien procent af. In bezwaar en beroep blijft ons oordeel vrijwel altijd overeind. Ook dat is belangrijk. Want als iedereen na bezwaar alsnog in de kaartenbak komt, werkt de toetsing niet.’

‘Certificering blijft belangrijk voor deskundigen. Velen verdienen er hun brood mee. Als een deskundige moet zeggen: ‘ik ben uit het register geschrapt’, of ‘ik mag er niet in‘, is dat heel vervelend. Maar het NRGD toetst echt op kwaliteit, niet op iemands naam.

Wat rapporteurs soms lastig vinden als ze werken in opdracht van een advocaat, is als een advocaat een aangevraagd rapport niet inbrengt. De advocatuur heeft toch een andere rol. Een rapport dat het OM aanvraagt komt uiteindelijk altijd in het strafdossier, terwijl een advocaat kan zeggen: als het rapport slecht uitpakt voor mijn cliënt wil ik niet dat het een rol speelt in het proces. Voor deskundigen kan dat een drempel zijn om te rapporteren voor de advocatuur. Dus organiseren we een overleg met advocaten, rechters en rapporteurs: wat zijn voor hen de aarzelingen om voor een advocaat c.q. een verdachte te rapporteren? Wat is de rol van de advocatuur?

Er komen ook steeds nieuwe gebieden bij. Hoe kijkt u daar tegen aan?

‘Op veel gebieden kunnen we nog veel betekenen. Zoals bij Digitaal Forensisch Onderzoek, onder andere van belang in verband met cybercrime, dat we hebben genormeerd. De eerste toetsingen hebben plaatsgevonden. Dat is goed, wat er is veel vraag naar en DFO is dan ook een van onze prioriteiten voor 2017. Darkweb, tor netwerken, bitcoins: alles is versluierd, versleuteld, anoniem en verstopt. Een lastig terrein, omdat het zo technisch is en omdat rapporteurs rekening moeten houden met de leesvaardigheid van de aanvrager. De norm vereist dat deskundigen voor leken begrijpelijk kunnen beschrijven wat hun bevindingen zijn. Want als partijen zich geen raad weten met een rapport, of de inhoud verkeerd interpreteren, had je het beter niet kunnen hebben.’

Hoeveel moet een rechter weten? Vanaf wanneer vertrouwt de rechter op de deskundige?

‘Een rechter moet genoeg basiskennis hebben om kritisch te kunnen bevragen. Om rapporten te kunnen lezen. Daar gaan de professionele ontmoetingen van het NRGD ook over. We brengen auteurs en lezers bij elkaar. Rapporteurs krijgen feedback over de inhoud van hun rapport, maar ook over de leesbaarheid ervan. Het NRGD wil faciliteren dat rapporten tot hun recht komen, zorgen dat de kwaliteit van een onderzoek doorwerkt in de rechtsgang.’

‘Het NRGD is ambitieus: Wat staat er zoal op de short list voor 2017?

Het NFI heeft net het rapport ‘De Lijkschouw en sectie beschouwd’ gepubliceerd. We willen graag aan de slag met forensische geneeskunde. Al even actueel is het gebied van DNA activity. We kunnen minieme hoeveelheden DNA vinden en onderzoeken. Maar is er iets te zeggen over de leeftijd van het spoor?? Of door welke actie of beweging het DNA is achtergelaten? Ook daar willen we mee verder. Hetzelfde geldt voor Ad Hoc benoemingen. Stel: ergens wordt een lichaam in zee gegooid. Zes uur later wordt het gevonden. En de vraag ontstaat ‘waar is het lichaam in het water gegooid?’ Hoe kom je daar achter? Die deskundigheid heb je niet direct bij de hand.

Maar er zijn enkele specialisten die alles weten van zeestromingen. Van dat soort uitzonderlijke en weinig gevraagde gebieden is het prettig als je weet welke vragen je moet stellen en waar je deze deskundigen kunt vinden. Maar ook dat deze deskundigen weten wat er van hen verwacht wordt in een strafproces en waaraan hun rapport moet voldoen. Misschien zitten ze niet eens in het register. We kunnen zorgen dat ze enigszins zijn voorbereid, voorkomen dat ze een speelbal worden van partijen die iets anders willen of het niet eens zijn met de conclusies. De minister van Veiligheid en Justitie heeft ons gevraagd in 2017 ook daarmee aan de slag te gaan.’

En verder vooruit kijkend?

‘We zijn ontstaan uit het strafrecht. Maar het register zou voor de hele rechtspraak ingezet kunnen worden. Bijvoorbeeld binnen het sociaal verzekeringsrecht, waar het over arbeidsongeschiktheid gaat. Het bestuursrecht is geïnteresseerd in onze normering en certificering van psychiaters. Er zijn kleine vakspecifieke verschillen die we in kaart moeten brengen. Maar het geraamte voor normering en rapportage kunnen we gemakkelijk aanpassen voor het bestuursrecht. En dan heb je heel snel zo’n 100 tot 150 deskundigen waaraan het rechtsgebied behoefte heeft.

Hetzelfde geldt voor jeugd- en familierecht, dat deskundigen van de Raad voor de Kinderbescherming gebruikt. Jeugdstrafrecht en het civiele jeugdrecht lopen vaak door elkaar. Dat zijn flankerende gebieden dat ik er graag bij betrek. Dan hebben we als NRGD de grenzen van het strafrecht overschreden en kunnen we ook op andere rechtsgebieden als aanjager fungeren voor de toepassing van wetenschappelijke deskundigheid in de rechtspraak. En laten we zeggen: op naar de duizend deskundigen.’