Verslag Forensisch Kwaliteitssymposium NRGD

Op donderdag 30 juni jl. vond voor de tweede keer het NRGD Forensisch Kwaliteitssymposium plaats. 140 mensen namen hieraan deel.

Het symposium stond mede in het teken van de vertrekkende collegeleden John Coster van Voorhout en Ton Broeders. Sprekers waren Dr. Gillian Tully, Professor Peter van Koppen en Professor Eoghan Casey. Dagvoorzitter was advocaat Niek Heidanus. Hierna treft u een korte samenvatting van de lezingen aan, met een link naar de desbetreffende PPT-presentatie of PDF.

Quality and Standards in Forensic Science

Dr. G. (Gillian) Tully, Forensic Science Regulator VK

Tully lichtte de situatie in het Verenigd Koninkrijk toe. Het Verenigd Koninkrijk heeft alleen een register voor forensisch pathologen. Initiatieven voor een register vergelijkbaar met het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen zijn gestrand vanwege het ontbreken van een wettelijke basis en structurele financiering. Bij de kwaliteitsborging van de forensische keten ligt het accent daarnaast op accreditatie op basis van ISO-normen (labs, PD en forensisch pathologen) en gedragscodes met kwaliteitseisen. Tully benadrukt dat alle delen van de forensische keten moeten voldoen aan de kwaliteitseisen om de cirkel rond te krijgen en niet alleen de traditionele labs. Digital Forensics is een deskundigheidsgebied dat jong én continu in ontwikkeling is; alleen daarom al is het van belang om kwaliteitseisen te ontwikkelen. Na een moeizame start wordt nu vooruitgang geboekt. Er loopt een Cell Site Analysis Pilot met 7 deelnemers, vanuit zowel politie als private partijen. Meer dan 95% van de politie voldoet nu aan de IS0 17025 norm voor het veilig stellen van gegevens op de harde schijf, en dat binnen een jaar tijd. Tully ziet dat het belang van accreditatie als instrument voor kwaliteitsborging steeds meer door het veld wordt onderschreven. Er wordt gewerkt aan accreditatie op het gebied van het veilig stellen van sporen bij brand en aanrijdingen (ISO 17020). Tully pleit voor ‘cross border sharing’, al is het maar de vraag hoe dat na ‘Brexit‘ verder vorm zal krijgen.

Quotes: “It is important to be aware that experience does not always equal expertise.”

“All parts of the forensic chain must be compliant.”

Link PPT

Wilde forensiërs temmen

Prof. dr. P.J. (Peter) van Koppen, hoogleraar Rechtspsychologie VU Amsterdam, collegelid

Aan de hand van de zogenoemde Tengelhamer casus en 7 prikkelende stellingen besprak Van Koppen cruciale vragen die een deskundige zichzelf of zijn opdrachtgever moet stellen in het kader van een forensisch onderzoek. Zo kan het voor het onderzoek van belang zijn dat een deskundige de authenticiteit onderzoekt van hetgeen aan hem wordt voorgelegd. Een deskundige moet weten waar de spullen vandaan komen die onderwerp van zijn onderzoek zijn om te voorkomen dat hij een verkeerde richting inslaat. Van Koppen stelt ook dat een deskundige alleen resultaten moet presenteren die in een redelijk scenario passen. In de genoemde casus paste de tengelhamer weliswaar in de gaten die in het schedeldak van het slachtoffer zaten, maar de verdachte moest dan wel vanuit drie totaal verschillende posities hebben geslagen. Dat laatste lijkt niet erg waarschijnlijk. Het spreekt voor zich dat het een doodzonde is om bevindingen aan te passen aan het gewenste onderzoeksresultaat. Van Koppen stelt verder dat een deskundige moet pogen alles te verklaren dat een verklaring behoeft. In het schedeldak zaten bijvoorbeeld ook nog twee andere gaten, maar die waren in het onderzoek onbesproken gelaten. Maar hoe kwamen die gaten daar dan? Dat was voor de opdrachtgever niet duidelijk. Van Koppen signaleert dat de vraagstelling van de opdrachtgever meestal wordt beantwoord aan de hand van meerdere hypothesen die de deskundige zelf bedenkt. Van Koppen stelt dat dit nog niet wil zeggen dat daarmee de vraag van de opdrachtgever wordt beantwoord; het zegt meestal alleen iets over welke hypothese waarschijnlijker is. Daar helpt volgens Van Koppen de deskundige de rechter niet mee. De ervaring leert dat het zelfs tot gerechtelijke dwalingen kan leiden.

Hoewel een deskundige zijn conclusies moet baseren op zijn bevindingen en bias moet zien te voorkomen, kan het soms toch voor het onderzoek van belang zijn om contextuele informatie erbij te betrekken, bijvoorbeeld om de bevindingen beter te kunnen duiden. Als laatste stelt Van Koppen dat een deskundige ervoor moet waken om mee te procederen. Wel kan het zinvol zijn om de opdrachtgever kritische vragen te stellen over de opdracht en de bijbehorende vraagstelling. Hij maakt met enige regelmaat mee dat de vraagstelling bijstelling behoeft om te voorkomen dat het onderzoek bij voorbaat al een bepaalde richting wordt ingeduwd die de objectiviteit van het onderzoek niet ten goede komt. Het is volgens Van Koppen de taak van het NRGD om bij de beoordeling van deskundigenrapportages kritisch te zijn op de voornoemde punten.

Establishing Confidence in Digital Evidence and Forensic Science

Prof. dr. E. Casey (Eoghan), hoogleraar School of Criminal Sciences, Universiteit van Lausanne

Casey hield een pleidooi voor het creëren van een bedrijfscultuur waarin transparantie voorop staat. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat het vertrouwen in forensisch bewijs en in het bijzonder digitaal forensisch bewijs toeneemt.

Casey bespreekt of statistische gegevens de conclusies van een forensisch onderzoek helpen onderbouwen of niet. Vaak is het praktisch en ethisch onmogelijk om een bepaalde hypothese statistisch te onderbouwen. Helpt een cijfer of wordt het daar alleen maar diffuser van voor de decisionmaker? En zou dat dan moeten aan de hand van een 5- of 7puntsschaal of op basis van een Bayesiaanse analyse en een likelihood ratio. Wat werkt beter voor de decisionmaker? De 5- of 7puntsschaal is overduidelijk subjectief en geeft bij benadering weer hoe betrouwbaar de conclusies zijn. De likelihood ratio is ook subjectief en geeft ook bij benadering weer hoe betrouwbaar de conclusies zijn, maar is daarin wel betrouwbaarder. Het blijft overigens de vraag welk betrouwbaarheidscijfer voldoende is voor de decisionmaker om op basis daarvan een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Het mooiste zou zijn als we forensisch onderzoek blind laten doen door de onderzoeker zelf en degene die collegial review doet. Maar dat is praktisch gezien onuitvoerbaar. We moeten dus accepteren dat er altijd iets van subjectiviteit in forensisch onderzoek zit en dat is ook niet erg, zo lang de onderzoeker daar maar transparant over is. Volgens Casey is transparantie echt het sleutelwoord. De cultuur van een organisatie komt dan wel om de hoek kijken. Hoe gaat een lab om met afwijkende onderzoeksresultaten en eventuele fouten? Is men daar transparant over of niet? In dat kader is het ook van belang hoe men ervoor zorgt dat fouten kunnen worden gemitigeerd of geminimaliseerd. Binnen Digital Forenics is dit een belangrijk item.

Link PPT