De rol van wetenschappelijke deskundigheid in het recht is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Denk bijvoorbeeld aan DNA- of digitaal bewijs in strafzaken, bouwexperts of accountants in civiele rechtszaken, en medisch specialisten bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid in bestuursrechtelijke kwesties. Door de voortschrijdende ontwikkeling van onderzoekstechnieken groeit de hoeveelheid data uit forensisch onderzoek, waardoor de behoefte aan interpretatie van deze gegevens toeneemt. Dit roept de vraag op hoe deze overvloed aan informatie op een duidelijke en begrijpelijke manier kan worden gerapporteerd, zodat het voor de rechter inzichtelijk wordt. Tevens rijst de vraag welke competenties forensische deskundigen moeten bezitten en hoe deze objectief vastgesteld kunnen worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er de afgelopen vijftien tot twintig jaar verschillende initiatieven zijn genomen om deze competenties te waarborgen.
De twee meest gebruikte vormen van kwaliteitsborging zijn accreditatie en persoonscertificering. Accreditatie richt zich vooral op de gebruikte methode. Denk bijvoorbeeld aan het vaststellen van een DNA-profiel met testkits. Persoonscertificering richt zich, in het geval van forensisch onderzoek, op de persoon die verkregen data − zoals DNA-profielen − beoordeelt en interpreteert en daarvan verslag doet in een rapportage. Beide vormen van borging zijn dus van belang. Dit artikel richt zich op persoonscertificering. Het gaat niet in op beroepsverenigingen met registers, maar op organisaties die zich specifiek richten op de brede registratie van forensische c.q. gerechtelijk deskundigen die (kunnen) optreden in de Nederlandse rechtsgang.
Naast het bij wet ingestelde Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) zijn er nog twee registers. Het betreft het private Landelijk Register Gerechtelijk Deskundigen (LRGD) en de Landelijke Deskundigheids-makelaar (LDM) vanuit de politie. Elke gekozen aanpak kent voor- en nadelen. Deze drie registers vullen elkaar daardoor in zekere zin aan. Voor de buitenstaander kan dit verwarrend overkomen. Deze NRGD-publicatie gaat in op de kenmerken, de overeenkomsten en verschillen tussen deze registers.
Aan het eind van het artikel wordt tevens gekeken naar borgingsmechanismen voor forensische deskundigen in andere Europese landen. Hierbij wordt ingegaan op de overeenkomsten en verschillen met het Nederlandse systeem, evenals de benaderingen die internationaal worden gehanteerd om de kwaliteit van forensische deskundigheid te waarborgen.
De vermelde informatie is met alle zorgvuldigheid opgesteld en gebaseerd op openbare bronnen. Door middel van voetnoten zijn de relevante bronnen vindbaar.
Toelichting
Het NRGD is in 2010 bij wet ingesteld. (1) De aanleiding was gerechtelijke dwalingen, zoals de Schiedammer Parkmoord.
Artikel 12 Besluit register deskundige in strafzaken luidt: ‘Het register heeft ten doel de gebruikmaking van deskundigen in strafzaken, die naar het oordeel van het College gerechtelijk deskundigen voldoen aan de in artikel 12, tweede lid, genoemde kwaliteitseisen, te bevorderen door de gegevens van deze deskundigen, voor zover zij relevant zijn voor potentiële opdrachtgevers, bijeen te brengen en openbaar te maken.’ (2) Het NRGD registreert vooralsnog deskundigen die werkzaam zijn in het strafrecht. De belangrijkste instrumenten waarmee het NRGD de kwaliteit waarborgt zijn de volgende:
1. Wet deskundige in strafzaken. Deze wet is opgegaan in het Wetboek van Strafvordering. De wettelijke grondslag van het NRGD is thans te vinden in artikel 51k Sv jo artikel 4 Besluit register deskundige in strafzaken.
2. Artikel 2 Besluit register deskundige in strafzaken.
1. Toelatingscriteria
Opleiding en vakbekwaamheid: De wetgever heeft bepaald dat deskundigen moeten voldoen aan de wettelijk voorgeschreven kwaliteitseisen die het NRGD, in samenspraak met het werkveld, per deskundigheidsgebied nader heeft uitgewerkt.
Naast forensisch vakinhoudelijke kennis worden ook forensische vaardigheden beoordeeld, zoals het kunnen opstellen van inzichtelijke en begrijpelijke rapportages.
Daarnaast gaat het om de toetsing van juridische kennis. Deskundigen moeten relevante kennis hebben van hun rol in de juridische context waarin hun werk wordt gebruikt (3).
3. Artikel 12, tweede lid, onder a tot en met i jo artikel 7, tweede lid, van het Besluit register deskundige in strafzaken.
2. Toetsing
De deskundige moet een aantal zaaksrapporten overleggen en daarnaast informatie over (voor)opleiding en bijen nascholing. Uit de zaaksrapporten zelf moet blijken dat de deskundige aan de kwaliteitseisen voldoet.
De overlegde informatie wordt − peer review − getoetst door een onafhankelijke toetsingsadviescommissie, bestaande uit twee vakinhoudelijke deskundigen uit hetzelfde gebied als de aanvrager en één jurist. Met peer review wordt bedoeld dat forensisch DNA-deskundigen DNA-aanvragers toetsen, forensisch psychologen aanvragen van forensisch psychologen toetsen etc. De toetsingsadviescommissie brengt een onderbouwd advies uit aan het College gerechtelijk deskundigen.
Het College beoordeelt vervolgens de adviezen op met name de deugdelijkheid van de motivering en of de procedure correct verlopen is, en beslist vervolgens op de aanvraag om (her)registratie. Dit College bestaat uit experts met juridische, forensische wetenschappelijke en vakinhoudelijke kennis. De deskundige kan tegen het collegebesluit in bezwaar gaan, conform de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt in dat geval een geheel nieuwe bezwaaradviescommissie ingesteld die de aanvraag volledig opnieuw beoordeelt.
3. Periodieke herregistratie
Deskundigen worden niet voor onbepaalde tijd geregistreerd. Ze moeten elke vijf jaar een herregistratie-procedure doorlopen. Bij een voorwaardelijke registratie is dit na twee jaar.
Hierbij wordt opnieuw beoordeeld of zij voldoen aan de wettelijk voorgeschreven kwaliteitseisen zoals het NRGD die met het werkveld per deskundigheidsgebied verder heeft uitgewerkt. Zo moeten hun kennis en vaardigheden nog actueel zijn. Na een voorwaardelijke registratie wordt ook gekeken in hoeverre is voldaan aan de verbeter- c.q. aandachtspunten die eerder zijn geformuleerd.
4. Permanente educatie
Geregistreerde deskundigen moeten zich voortdurend bijscholen om op de hoogte te blijven van nieuwe (forensisch)e ontwikkelingen binnen hun vakgebied.
Het NRGD stelt als eis aan het volgen van cursussen, seminars en andere vormen van permanente educatie dat deze forensisch relevant moeten zijn.
5. Toezicht en klachtenprocedure
Het NRGD houdt toezicht op geregistreerde deskundigen. Als er klachten zijn over een geregistreerde deskundige kan het NRGD deze − indien onderbouwd − onderzoeken. De sancties zijn beperkt. Naast een ‘goed gesprek’ bestaat alleen de optie tot schorsing of uitschrijving uit het register. Het NRGD kan informatie opvragen bij instanties, maar deze zijn vooralsnog niet verplicht daaraan mee te werken. Het NRGD heeft geen bevoegdheid om een onderzoek in te stellen naar niet-geregistreerde deskundigen.
6. Standaarden en richtlijnen
Het NRGD ontwikkelt, publiceert en onderhoudt richtlijnen, standaarden en een gedragscode voor gerechtelijke rapportages en deskundigenonderzoek.
7. Transparantie
Het register van het NRGD is openbaar en biedt inzicht in wie er geregistreerd zijn met hun getoetste specialisaties. De vermelde specialisaties betreffen welomlijnde (deel)gebieden met een onderscheidend ‘body of knowledge’. Van elk deskundigheidsgebied is een omschrijving te vinden op de website van het NRGD.
Samenvatting en conclusie
Het NRGD is de bij wet ingestelde organisatie met als taak het toetsen en registreren van deskundigen die in het strafrecht rapporteren. Het NRGD toetst een aanvraag tot registratie met deskundigen uit hetzelfde gebied (peer review). De peer review registratieprocedure biedt een gedegen borging van forensische kwaliteit aldus het WODC. Deze wijze van toetsing is passend gebleken waar het gaat om het toetsen van specifieke forensische kennis en vaardigheden, maar het is ook een uitgebreide en intensieve vorm van toetsing. De NRGD peer review aanpak leent zich daardoor met name de regulier ingezette deskundigheid waar het specifiek forensische vakinhoudelijke kennis en vaardigheden betreft (zie ook LDM). Het borgingsinstrumentarium van het NRGD is een klachtenprocedure die zich beperkt tot geregistreerde deskundigen.
Het LRGD is een private stichting die een bijdrage levert aan de kwaliteit van het deskundigenbewijs in de rechtspleging door het beheren van een openbaar register met gerechtelijke deskundigen die ‘voldoende toegerust’ zijn om adequaat op te kunnen treden in de rechtspleging. Het LRGD registreert deskundigen die werkzaam zijn in het straf-, civiel- en bestuursrecht.
De belangrijkste instrumenten waarmee het LRGD de kwaliteit waarborgt zijn:
1. Toelatingscriteria
Lidmaatschap van een zelfstandig kwalificerende beroepsorganisatie geldt als één van de eisen voor registratie bij het LRGD. Deze beroepsorganisaties hebben tuchtrecht, een eigen gedragscode en een verplichting tot permanente educatie. Daarnaast kent het register de 'Regeling Bijzondere Vakgebieden'. Deskundigen die zijn toegelaten via deze regeling hebben een vakgebied waarvoor geen beroepsorganisatie bestaat.
Het LRGD hecht er veel belang aan dat deskundigen goed toegerust zijn om vragen van opdrachtgevers in een juridische context te kunnen beantwoorden. In verband hiermee stelt het LRGD de eis van het met goed gevolg afgelegd hebben van een hierop gerichte opleiding. De deskundige moet na voltooiing van de opleiding in staat zijn bij het optreden in rechte binnen het relevante juridische kader te kunnen denken en zich vanuit die invalshoek te kunnen presenteren. De opleiding dient afgesloten te worden met een examen waarvan een door de kandidaat overgelegd deskundigenbericht en de verdediging daarvan, onderdeel uitmaakt.
2. Toetsing
Het LRGD baseert zich op bestaande erkenningen van vakkennis, wat kan blijken uit het lidmaatschap van een in de betreffende branche representatieve beroepsvereniging. Van een in te schrijven deskundige wordt tevens verlangd, dat hij aantoonbaar beschikt over de noodzakelijke juridische kennis.
3. Herregistratie
moeten regelmatig aantonen hun kennis en vaardigheden op peil te houden. Herregistratie is verplicht na (telkens) 5 jaar registratie, welke termijn aanvangt na het jaar van registratie.
4. Permanente educatie
De deskundige is gehouden over een periode van vijf aaneengesloten kalenderjaren een minimaal aantal PE-punten te behalen. Dit aantal uren is, op basis van het vigerende PE-reglement gesteld op 30 en kan jaarlijks door het bestuur worden aangepast.
5. Toezicht en klachten
Toezicht bij het LRGD vindt plaats via een tuchtrechtprocedure. Dit kan leiden tot een waarschuwing, berisping, schorsing of verwijdering uit het register.
6. Standaarden en richtlijnen
Bij het LRGD geregistreerde deskundigen volgen in beginsel de standaarden en richtlijnen van het eigen vakgebied. Voor deskundigenrapportages zijn bovendien van toepassing het Model Deskundigenbericht en de verschillende Leidraden.
7. Transparantie
Het openbare LRGD-register kent een dertigtal hoofdgebieden met ieder een aantal deelgebieden. Een deskundige kan zelf aangeven op welk gebied hij is gespecialiseerd tot een maximum van 5 specialisaties binnen een vakgebied. Zie ook de toelichting op het aanmeldingsformulier voor LRGD-registratie onder c.
Samenvatting en conclusie
Het LRGD is een private stichting met als doel een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het deskundigenbewijs in de rechtspleging door het beheren van een openbaar register met gerechtelijk deskundigen die ‘voldoende toegerust’ zijn om adequaat op te kunnen treden in de rechtspleging. Het LRGD gebruikt de vakmatige deskundigheid op basis van lidmaatschap van een beroepsorganisatie, aangevuld met eisen aan de juridische kennis, als toelatingscriteria. Deze vorm van toetsing kan beperkend zijn wanneer forensische kennis niet direct binnen de beroepsorganisatie wordt vereist. Het borgingsinstrumentarium van het LRGD is tuchtrechtspraak.
De Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) is een onderdeel van de politie dat zich richt op ‘het werven, bemiddelen, evalueren en registreren van externe deskundigen voor opsporings- en vervolgingsonderzoeken’. De LDM beheert een register van externe deskundigen die kunnen worden ingeschakeld voor diverse onderzoeken.
In strafrechtelijke onderzoeken heeft de politie soms behoefte aan specialistische kennis die niet intern beschikbaar is. Externe deskundigen kunnen bijdragen met expertise op gebieden zoals authenticiteits- en waardebepaling, culturele antropologie en religie, digitaal, flora en fauna, financieel, medisch, technisch en psychologie.
De belangrijkste instrumenten waarmee de LDM de kwaliteit waarborgt zijn:
1. Toelatingscriteria
De toetsing van externe deskundigen door de LDM van de Nationale Politie kent een toelatingsproces, waaronder een politiescreening, alvorens deskundigen worden ingezet in opsporings- en vervolgingsonderzoeken.
Deskundigen melden zich of worden door de LDM benaderd. De expertise moet aansluiten bij de behoeften van de politie, het OM en de rechters.
Een onafhankelijk College van Toetsing en Advies (CTA), bestaande uit vertegenwoordigers van de rechterlijke macht, wetenschap, advocatuur en politie, beslist over de toelating van deskundigen aan de hand van een beoordelingsmodel.
2. Toetsing
De LDM beoordeelt of de deskundige voldoet aan de eisen op basis van:
- Het opleidingsniveau: relevante diploma’s en certificeringen worden gecontroleerd;
- De werkervaring: de deskundige moet aantoonbare ervaring hebben binnen zijn of haar vakgebied;
Verder wordt de kwaliteit van het werk van de deskundige en diens rapportages beoordeeld als ook na afloop van het rapport de samenwerking met de opdrachtgever (politie, Koninklijke Marechaussee, bijzondere opsporingsdienst, rechter). De deskundige wordt gescreend om te controleren of er geen strafrechtelijke antecedenten of andere belemmeringen zijn. De deskundige kan een proefopdracht krijgen of gevraagd worden een voorbeeldcase te analyseren.
Daar waar deskundigheidsgebieden door het NRGD zijn genormeerd, volgt de LDM waar mogelijk het NRGD-register.
3. Herregistratie
Na elke opdracht wordt de inzet van de deskundige geëvalueerd op basis van feedback van de opdrachtgevers. Deskundigen worden elke vijf jaar opnieuw beoordeeld om te garanderen dat hun expertise up-to-date blijft.
4. Transparantie
Als de deskundige aan alle voorwaarden voldoet, wordt hij/zij opgenomen in het register van de LDM. Dit register is toegankelijk voor opsporingsdiensten en rechterlijke macht. Door de grote diversiteit van mogelijke opsporingsvragen kent het register vele onderwerpen. Het LDM-register is niet openbaar, maar bemiddelt tussen opdrachtgever en deskundige.
Samenvatting en conclusie
De LDM kent een register met deskundigen voor onderzoeksvragen in het kader van de opsporing en, in toenemende mate, vervolging. De vragen uit de opsporing kunnen heel divers zijn zoals vragen over bepaalde medische aspecten of ongevallen met een parachute. De LDM omvat daardoor vele verschillende en bijzondere soorten van kennis. Competenties zijn daardoor soms lastig specifiek vast te stellen. Waar mogelijk baseert de LDM zich op het NRGD-register. Het borgingsinstrumentarium van de LDM is dat men de inzet van een deskundige evalueert wat mogelijk kan leiden tot het niet meer inzetten van deze deskundige.
Conclusie
Het NRGD is een bij wet ingestelde organisatie met als taak het toetsen en registreren van deskundigen die in het strafrecht rapporteren. Kenmerkend voor het NRGD is dat aanvragen worden beoordeeld via peer review door vakgenoten uit hetzelfde deskundigheidsgebied. Deze vorm van toetsing biedt een stevige borging van forensische kwaliteit, omdat specifiek wordt gekeken naar de relevante vakinhoudelijke kennis en vaardigheden. Tegelijkertijd is deze werkwijze relatief intensief en daarmee minder flexibel inzetbaar. De NRGD-aanpak leent zich daardoor met name voor regulier ingezette, specialistische deskundigheid waarbij diepgaande forensische expertise vereist is. Het borgingsinstrumentarium van het NRGD is een klachtenprocedure die zich beperkt tot geregistreerde deskundigen.
Het LRGD bouwt voort op de eisen die beroepsverenigingen stellen en stelt een eis aan de voor de deskundige relevante juridische kennis. Waar de forensische werkzaamheden vakinhoudelijk in het verlengde liggen van de door de beroepsvereniging genormeerde werkzaamheden is dat passend. Lastiger wordt het als het forensisch onderzoek vraagt om specifieke forensische kennis en vaardigheden, werkzaamheden waaraan de desbetreffende beroepsverenigingen doorgaans geen specifieke eisen stellen. Zo stelt de NBA (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants) bijvoorbeeld geen specifieke eisen aan de werkzaamheden van een forensisch accountant.
De LDM is gestart voor en door de opsporing door de politie, maar de rechterlijke macht doet toenemend een beroep op de LDM voor deskundigheid in de vervolging. De vragen uit de opsporing kunnen heel divers zijn zoals vragen over bepaalde medische aspecten of ongevallen met een parachute. Het LDM-register bevat daardoor veel verschillende en bijzondere soorten van kennis. Competenties zijn daardoor soms lastig specifiek vast te stellen. Waar mogelijk baseert de LDM zich op het NRGD-register.
De drie registers kennen, afgezien van een klachtprocedure, beperkte bevoegdheden. Deze zijn begrensd tot onderzoek in het kader van het mogelijk doorhalen van een registratie. Er bestaat − in tegenstelling tot de Forensic Regulator in Engeland − vooralsnog geen wet-telijke bevoegdheid tot het opvragen van informatie bij derden. Het zijn dus geen instanties met bevoegdheden, zoals de Autoriteit Financiële Markten of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
| NRGD | LRGD | LDM | |
|---|---|---|---|
| Doel | Kwaliteitsborging strafrecht | Kwaliteitsborging deskundigenbewijs | Ondersteuning opsporing en vervolging |
| Juridische basis | Wettelijk | Privaat | Politieorganisatie |
| Toelating | Specifieke eisen per deskundigheidsgebied | Beroepsorganisatie + opleiding | Screening + behoefte opsporing en vervolging |
| Toetsing | Peer review van rapporten door vakgenoten | Erkenning via beroepsgroep | CTA (College Toetsing en Advies) |
| Herregistratie | Elke vijf jaar | Elke vijf jaar | Elke vijf jaar |
| Toezicht | Klachtenprocedure | Tuchtrecht | Evaluaties |
| Transparantie | Openbaar register | Openbaar register | Niet openbaar |
Over de grens
De behoefte aan gekwalificeerde deskundigen leeft ook elders in de Europese Unie. Daarom een klein uitstapje over de grenzen. In Groot-Brittannië is een Forensic Regulator ingesteld met brede wettelijke bevoegdheden. Deze mag bijvoorbeeld zelfstandig onderzoek doen bij vermoedens van onvoldoende kwaliteit en als ultimum remedium sancties opleggen. Ook zijn er initiatieven met relevantie voor Nederland met in schuinschrift een korte NRGD-toelichting.
De Europese commissie heeft een E-justitie portaal ingericht met allerhande informatie voor rechtzoekenden. Op de e-justitieportaal van de Europese Commissie kan men bijvoorbeeld per land zien wat de specifieke eisen in dat land zijn . Er blijken tussen de landen grote verschillen voor wat betreft de borging van de deskundigheid te bestaan.
Zo is over België het volgende vermeld: ‘Wat de beroepsbekwaamheid betreft: voor de gerechtsdeskundigen, een diploma in het domein van deskundigheid waarvoor de kandidaat zich als gerechtsdeskundige laat registreren en een bewijs waaruit 5 jaar relevante ervaring gedurende een periode van 8 jaar voorafgaand aan de aanvraag tot registratie blijkt, of bij afwezigheid van een diploma, het bewijs van 15 jaar relevante ervaring gedurende de 20 jaar voorafgaand aan de aanvraag tot registratie.’ ‘Wat de juridische kennis betreft: door een getuigschrift afgegeven na het volgen van een opleiding die beantwoordt aan de voorwaarden die zijn vastgesteld.’
Opmerking NRGD
Vergeleken met Nederland ontbreekt het in België vooralsnog aan een robuuste borgingssystematiek waaronder een objectieve vaststelling van competenties. Ervaring zegt immers maar zeer beperkt iets over competenties.
In Frankrijk wordt de aanvraag tot registratie van de deskundige onderzocht door het openbaar ministerie en de rechters van de rechtbank van eerste aanleg. De beslissing wordt genomen door een vergadering van rechters van het Hof van Beroep. Elke deskundige die voor het eerst in het register wordt opgenomen, moet na drie jaar opnieuw een aanvraag tot registratie indienen. Vanaf dat moment moeten deskundigen elke vijf jaar opnieuw een aanvraag tot registratie indienen. De beslissing om een deskundige niet opnieuw in het register op te nemen, moet worden gemotiveerd en kan worden aangevochten.
Verder wordt vermeld
Deskundigen moeten beschikken over beroepservaring en kennis van de procedureregels, in het bijzonder van de regels die van toepassing zijn op deskundigenprocedures. Zij moeten zich permanent bijscholen en dit wordt elke vijf jaar gecontroleerd door de hoven van beroep. De permanente bijscholing van deskundigen omvat:
- opleiding op het gebied van hun specialisme, die wordt gegeven door beroepsorganisaties;
- opleidingssessies over het verloop van deskundigenprocedures, die worden gegeven door rechters en verenigingen van deskundigen.
Opmerking NRGD
Het is de vraag of juristen in staat zijn een DNA- of digitaal deskundige op zijn (forensische) vakinhoudelijke competenties te beoordelen. Het ontbreekt aan een robuuste borgingssystematiek waaronder een objectieve vaststelling van competenties.
Ten slotte als voorbeeld deskundigheidsborging in Malta: ‘Deskundigen moeten gekwalificeerd zijn om zich deskundig te kunnen noemen, maar ze hoeven geen lid te zijn van een beroepsorganisatie. Er is geen regeling voor permanente beroepsontwikkeling of enige vereiste om de vakkennis te verbeteren. Er worden geen cursussen voor deskundigen aangeboden. De titel van deskundige is niet beschermd en er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten deskundigen. Het door het Ministerie van Justitie bijgehouden register van personen die belangstelling hebben om als gerechtelijk deskundige op te treden, is ingedeeld op deskundigheidsgebied.’
Opmerking NRGD
Zonder een systeem waarin deskundigheid aantoonbaar wordt getoetst en onderhouden, bestaat het risico dat rechters en procespartijen zich baseren op niet-gevalideerde expertise. Dit ondermijnt niet alleen de bewijswaarde van rapportages, maar ook het vertrouwen in de inzet van deskundigen binnen de strafrechtketen.
Als laatste een kritische opmerking over het volgende initiatief dat is te vinden op de website van het European Expertise & Expert Institute (EEEI).
Het EEEI is in 2006 opgericht in Frankrijk ter bevordering van forensische kennis. EEEI is een project gestart met de naam ‘Find an Expert’. Het doel van dit project was:
‘…providing EU judges, lawyers, experts and citizens with information about judicial expertise in every EU Member State as well as with a link to qualified experts’ lists or searching tools, if available.’
En
‘..to integrate 200,000 operational experts into European judicial activity …’
Opmerking NRGD
De invulling bleek lastig. Er is naar mening van het NRGD in geen systematiek voorzien om daadwerkelijke competenties te toetsen, noch forensisch, noch juridisch.
Hoe sympathiek het streven ook is, de claim dat ‘Find an Expert’ ‘200,000 qualified experts’ bij elkaar brengt in een Europees register, wordt niet waargemaakt zolang forensisch relevante vakinhoudelijke eisen en een duidelijk borgingsmechanisme ontbreken. Het is daarmee eerder een Gouden Gids. Het kan zelfs negatief uitwerken omdat deze ‘qualified experts’ ter zitting in Nederland zouden kunnen claimen op een EU-lijst van ‘qualified experts’ te staan vermeld. Een rechter kan daardoor op het foute been worden gezet. Op het moment van schrijven (februari 2026) is dit project volgens de website van EEEI nog actief.
Door: Mr. M.M.A. Smithuis (rts np, directeur van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD).
Dit artikel verscheen in Expertise en Recht, Afl. 3 – mei 2026