De rol van wetenschappelijke deskundigheid in het recht is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Denk bijvoorbeeld aan DNA- of digitaal bewijs in strafzaken, bouwexperts of accountants in civiele rechtszaken, en medisch specialisten bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid in bestuursrechtelijke kwesties. Door de voortschrijdende ontwikkeling van onderzoekstechnieken groeit de hoeveelheid data uit forensisch onderzoek, waardoor de behoefte aan interpretatie van deze gegevens toeneemt. Dit roept de vraag op hoe deze overvloed aan informatie op een duidelijke en begrijpelijke manier kan worden gerapporteerd, zodat het voor de rechter inzichtelijk wordt. Tevens rijst de vraag welke competenties forensische deskundigen moeten bezitten en hoe deze objectief vastgesteld kunnen worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er de afgelopen vijftien tot twintig jaar verschillende initiatieven zijn genomen om deze competenties te waarborgen.

De twee meest gebruikte vormen van kwaliteitsborging zijn accreditatie en persoonscertificering. Accreditatie richt zich vooral op de gebruikte methode. Denk bijvoorbeeld aan het vaststellen van een DNA-profiel met testkits. Persoonscertificering richt zich, in het geval van forensisch onderzoek, op de persoon die verkregen data − zoals DNA-profielen − beoordeelt en interpreteert en daarvan verslag doet in een rapportage. Beide vormen van borging zijn dus van belang. Dit artikel richt zich op persoonscertificering. Het gaat niet in op beroepsverenigingen met registers, maar op organisaties die zich specifiek richten op de brede registratie van forensische c.q. gerechtelijk deskundigen die (kunnen) optreden in de Nederlandse rechtsgang.

Naast het bij wet ingestelde Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) zijn er nog twee registers. Het betreft het private Landelijk Register Gerechtelijk Deskundigen (LRGD) en de Landelijke Deskundigheids-makelaar (LDM) vanuit de politie. Elke gekozen aanpak kent voor- en nadelen. Deze drie registers vullen elkaar daardoor in zekere zin aan. Voor de buitenstaander kan dit verwarrend overkomen. Deze NRGD-publicatie gaat in op de kenmerken, de overeenkomsten en verschillen tussen deze registers.

Aan het eind van het artikel wordt tevens gekeken naar borgingsmechanismen voor forensische deskundigen in andere Europese landen. Hierbij wordt ingegaan op de overeenkomsten en verschillen met het Nederlandse systeem, evenals de benaderingen die internationaal worden gehanteerd om de kwaliteit van forensische deskundigheid te waarborgen.

De vermelde informatie is met alle zorgvuldigheid opgesteld en gebaseerd op openbare bronnen. Door middel van voetnoten zijn de relevante bronnen vindbaar.

Toelichting

Conclusie

Het NRGD is een bij wet ingestelde organisatie met als taak het toetsen en registreren van deskundigen die in het strafrecht rapporteren. Kenmerkend voor het NRGD is dat aanvragen worden beoordeeld via peer review door vakgenoten uit hetzelfde deskundigheidsgebied. Deze vorm van toetsing biedt een stevige borging van forensische kwaliteit, omdat specifiek wordt gekeken naar de relevante vakinhoudelijke kennis en vaardigheden. Tegelijkertijd is deze werkwijze relatief intensief en daarmee minder flexibel inzetbaar. De NRGD-aanpak leent zich daardoor met name voor regulier ingezette, specialistische deskundigheid waarbij diepgaande forensische expertise vereist is. Het borgingsinstrumentarium van het NRGD is een klachtenprocedure die zich beperkt tot geregistreerde deskundigen.

Het LRGD bouwt voort op de eisen die beroepsverenigingen stellen en stelt een eis aan de voor de deskundige relevante juridische kennis. Waar de forensische werkzaamheden vakinhoudelijk in het verlengde liggen van de door de beroepsvereniging genormeerde werkzaamheden is dat passend. Lastiger wordt het als het forensisch onderzoek vraagt om specifieke forensische kennis en vaardigheden, werkzaamheden waaraan de desbetreffende beroepsverenigingen doorgaans geen specifieke eisen stellen. Zo stelt de NBA (Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants) bijvoorbeeld geen specifieke eisen aan de werkzaamheden van een forensisch accountant.

De LDM is gestart voor en door de opsporing door de politie, maar de rechterlijke macht doet toenemend een beroep op de LDM voor deskundigheid in de vervolging. De vragen uit de opsporing kunnen heel divers zijn zoals vragen over bepaalde medische aspecten of ongevallen met een parachute. Het LDM-register bevat daardoor veel verschillende en bijzondere soorten van kennis. Competenties zijn daardoor soms lastig specifiek vast te stellen. Waar mogelijk baseert de LDM zich op het NRGD-register.

De drie registers kennen, afgezien van een klachtprocedure, beperkte bevoegdheden. Deze zijn begrensd tot onderzoek in het kader van het mogelijk doorhalen van een registratie. Er bestaat − in tegenstelling tot de Forensic Regulator in Engeland − vooralsnog geen wet-telijke bevoegdheid tot het opvragen van informatie bij derden. Het zijn dus geen instanties met bevoegdheden, zoals de Autoriteit Financiële Markten of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Registers Gerechtelijk Deskundigen in Nederland − Verschillen en overeenkomsten
NRGDLRGDLDM
DoelKwaliteitsborging strafrechtKwaliteitsborging
deskundigenbewijs
Ondersteuning opsporing en
vervolging
Juridische basisWettelijkPrivaatPolitieorganisatie
ToelatingSpecifieke eisen
per deskundigheidsgebied
Beroepsorganisatie + opleidingScreening + behoefte
opsporing en vervolging
ToetsingPeer review van rapporten
door vakgenoten
Erkenning via beroepsgroepCTA (College Toetsing en
Advies)
HerregistratieElke vijf jaarElke vijf jaarElke vijf jaar
ToezichtKlachtenprocedureTuchtrechtEvaluaties
TransparantieOpenbaar registerOpenbaar registerNiet openbaar

Over de grens

Door: Mr. M.M.A. Smithuis (rts np, directeur van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD).
Dit artikel verscheen in Expertise en Recht, Afl. 3 – mei 2026